Arthur van Amerongen - Een antisemiet (Kati “Pieper” Piri, CIDI-jager Jan Tervoort) is iemand die Joden meer haat dan strikt noodzakelijk is
Soep van de Week
Rogi Wieg (dat zijn herinnering tot een zegen mag zijn) gaf mij ooit deze definitie van een antisemiet: een antisemiet is iemand die Joden meer haat dan strikt noodzakelijk is. Hij had dat aforisme van zijn Hongaarse ouders geleend: az antiszemita olyan ember, aki a zsidókat jobban gyűlöli, mint az feltétlenül szükséges. Dat klinkt al meteen heel anders, veel dreigender. Hongaren zijn rare snuiters, met - net als de Nederlanders - een welhaast ingebakken Jodenhaat.
De bekendste Hongaarse Jodenhater is Miklós Horthy, die van 1920 tot 1944 staatshoofd was. Onder zijn bewind werden vanaf 1920 antisemitische wetten ingevoerd en werkte Hongarije enthousiast samen met nazi-Duitsland. Ferenc Szálasi, leider van de fascistische Pijlkruiserspartij, was zijn opvolger. Zijn regime intensiveerde de Jodenvervolging en werkte nauw samen met de nazi's. Dientengevolge keerde - net als in Nederland - driekwart van de Hongaarse Joden niet terug.
En daarmee kom ik bij Kati Piri, mijn Hongaarse piepertje. Helaas bevat ze zoveel glycoalkaloïden, dat ze zelfs niet geschikt is voor krumplis tészta, het traditionele armeluiseten van de Hongaren. Het wordt ook wel gránátos induló genoemd: grenadiersmars. Die term stamt uit de tijd van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie en het betrof soldaten die gespecialiseerd waren in het werpen van handgranaten.
